Ajax SW Home Bezoekers Ajax Headlines Ledenlijst Informatie Maak startpagina RSS |
Ajax Programma Uitslagen Standen Spelers Scheidsrechters Stadion Merchandise |
FC Volendam | VS | Ajax |
Meer info |
Datum: 01-08-2025 Bron:
ajax.nl
Het rugnummer 10 wekt verwachtingen. Dat is zo bij Ajax en dat geldt zeker ook voor de rest van de voetbalwereld. Creatief, technisch vaardig, verfijndheid en leiderschap; allemaal eigenschappen die de (Amsterdamse) 'nummers tien' kenmerken. In de Ajax-historie droegen uiteenlopende Ajacieden het magische nummer op hun rug. Oscar Gloukh is onze nieuwste nummer 10.Historie wekt verwachting, dat lijkt wel vooral op te gaan voor rugnummers. Sinds Johan Cruijff op een goede dag besloot met 14 op de rug te spelen, is het rugnummer bijkans heilig. Met de beste Ajacied in de clubhistorie in de gelederen bereikte Ajax wereldfaam. Nummer 14 wordt sinds 2010 zelfs niet meer uitgereikt aan Ajacieden in de A-selectie. Dat laatste geldt ook voor het rugnummer 34. Ook het oude rugnummer van Abdelhak Nouri is uit de roulatie genomen. Beginjaren De 'tien' neemt zeker in de Ajax-filosofie een bijzondere positie in. In vroegere jaren waren clubgiganten als Henk Groot en Klaas Nuninga regelmatig drager van een Ajax-shirt met rugnummer 10. In de jaren zestig was een rugnummer nog niet toegewezen aan een vaste speler. Het nummer rouleerde daarmee ook. Maar de ongekende doelpuntenproductie van Groot en de tactische fijnbesnaardheid van Nuninga gaven het rugnummer iets bijzonders. Het wekte ook toen al verwachtingen. Wil jij jouw Ajax-shirt met rugnummer 10? Bestel 'm nu in de Ajax Fanshop. Dat was helemaal het geval vanaf de doorbraak van Cruijff. Ook hij speelde ooit menig wedstrijd, aanvankelijk als spits, als Ajax' nummer tien. Datzelfde gold voor Dick van Dijk; het was maar net hoe trainer Rinus Michels zijn elftal tactisch invulde. Van Dijk droeg het nummer onder meer in de gewonnen Europa Cup I-finale tegen Panathinaikos in 1971. In de gouden jaren zeventig, waarin Cruijff en Ajax op hun top waren, sierde het nummer soms ook het shirt van Gerrie Mühren. De Volendammer droeg het nummer onder meer in het seizoen 1973/1974, tijdens de Europese Supercup-finale tegen AC Milan. Mede door een benutte penalty van Mühren won Ajax met 6-0. Het was de laatste prijs die het Gouden Ajax won. De oudste van Mühren-broers was misschien wel de beste technicus in de selectie en speelde normaal als linkermiddenvelder. Het toonde aan dat rugnummers en posities redelijk los van elkaar stonden. Bergkamp en Litmanen Van vaste posities en de rugnummers die daarmee correspondeerden was feitelijk pas sprake in de jaren tachtig en vooral negentig. Dennis Bergkamp ontwikkelde zich tot een gevreesde nummer 10. De vaak als schaduwspits opererende stilist vormde een prachtige tandem met aanspeelpunt en spits Stefan Pettersson. Maar ook de zelf opgeleide Bergkamp was door de tijd heen getooid met verschillende rugnummers. Zeven bijvoorbeeld, maar ook acht. Gezien zijn inbreng en positie in het elftal had Bergkamp eigenlijk een 9,5 verdiend. Jari Litmanen volgde Bergkamp met verve op. In opdracht van Van Gaal vulde de Fin de tien-positie net weer anders in. Litmanen was meer middenvelder dan de 'halve aanvaller' Bergkamp. Hij bewoog zich meer tussen de linies, was (iets) meer voorbereider dan doelpuntenmaker. Litmanen had daarmee een sleutelrol in de tweede gouden periode die Ajax beleefde halverwege de jaren negentig. Het was ook Van Gaal die de posities in zijn elftal koppelde aan (rug)nummers. De 'tien' in het Van Gaal-systeem was de centrale aanvallende middenvelder. Door de tactiek van Van Gaal en de wijze waarop eerst Bergkamp en later Litmanen hun positie invulden, kreeg de 'Ajax-10' een extra magische klank. Vaste rugnummers Litmanen was ook letterlijk Ajax' eerste vaste nummer 10. Al had dat vooral van doen met de introductie van vaste rugnummers en spelersnamen op de shirts. In het seizoen 1996/1997 kende het Ajax-shirt die combinatie alleen nog in de wedstrijden in de UEFA Champions League. Een seizoen later (1997/1998) werden namen en rugnummers ook verplicht in de Eredivisie. Tot zijn vertrek in 1999 was Litmanen de geliefde en mateloos populaire vaste '10' van Ajax. Omdat zijn oude nummer al was vergeven, koos de middenvelder bij zijn rentree in 2002 voor rugnummer 20. Twintig is twee keer tien, vandaar. Nieuwe trainers brachten nieuwe inzichten. Door de jaren en seizoenen heen veranderde ook de tactische invulling van de diverse Ajax-elftallen. In plaats van aanvallend ('met de punt naar voren') werd soms ook gekozen voor meer controlerend spelende centrale middenvelders. De middelste middenvelder speelde als controleur ‘met de punt naar achter’. Maar wie er enkele Ajacieden bijhaalt die sinds 2000 het nummer tien droegen, zal toch weer een belangrijk kenmerk opvallen: uitmuntendheid. Na de Deense stilist Brian Laudrup was ook Rafael van der Vaart een parel op de Ajax-kroon. De 'tienen' golden als uitzonderlijke en ook aanvallend denkende voetballers. Smaakmakers pur sang. Spelbepalend. Bepalend en spraakmakend zijn; ook dat zijn eigenschappen die een nummer tien bij Ajax typeren. Siem, Davy, Hakim en Dusan Wat al sinds de prille jaren zestig gold, is door de vele decennia heen eigenlijk onveranderd gebleven. Ajax' tien is een van de betere, zo niet de beste dan wel meest-getalenteerde en creatieve speler in het collectief. Na Van der Vaart was Wesley Sneijder een vaandeldrager. Ook de latere recordinternational was vooral middenvelder, spelend met een ongekende pressie en behept met scorend vermogen. Een snelle, scherpe en aanvallende denker. Via Siem de Jong (onder meer onze nummer 10 tijdens het veiligstellen van de derde kampioensster op het Ajax-shirt) en Davy Klaassen speelden ook Hakim Ziyech en captain Dusan Tadic met het befaamde nummer op de rug. |
PSV | VS | Ajax |
Meer info |